De weg naar een soortenmanagementplan

Deel bericht

Waarom een soortenmanagementplan nodig is

De druk op gebouwbewonende soorten is groot. Woningen en andere gebouwen worden steeds vaker geïsoleerd, gerenoveerd of vervangen. Dat is nodig voor de energietransitie, maar juist in die gebouwen leven ook soorten zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, steenmarter en verschillende vleermuizen. Zij gebruiken daken, spouwen, gevels en kieren als nestplaats, zomerverblijf of kraamverblijf. Door werkzaamheden om te verduurzamen kunnen die plekken verdwijnen. Tegelijk neemt in veel woonwijken ook de kwaliteit van het leefgebied af, bijvoorbeeld door verstening, minder groen en minder insecten.

Met een soortenmanagementplan, kortweg SMP, brengen we in beeld hoe verduurzaming en natuur samen kunnen gaan. Het doel is om beschermde soorten op gebiedsniveau goed te beschermen, terwijl ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsprojecten doorgang kunnen vinden. Daarbij kijken we niet alleen naar het behoud van verblijfplaatsen, maar ook naar het versterken van vliegroutes, foerageergebied en andere onderdelen van het functioneel leefgebied.

Van quickscan tot veldwerk

Voorafgaand aan het veldwerk voeren we eerst een quickscan en bureaustudie uit. Daarmee brengen we in beeld welke beschermde gebouwbewonende soorten in een gebied aanwezig kunnen zijn en waar de belangrijkste kansen en risico’s liggen. We gebruiken daarvoor onder andere bestaande verspreidingsgegevens, kaarten, luchtfoto’s, informatie over gebouwen en kennis over de ecologie van de soorten. Op basis daarvan bepalen we welke soorten onderzocht moeten worden en hoe het veldwerk wordt ingericht.

Daarna volgt het gebiedsbrede veldwerk. We onderzoeken waar soorten daadwerkelijk voorkomen, welke verblijfplaatsen zij gebruiken en hoe zij het gebied benutten. Dat doen we met verschillende onderzoeksmethoden, afgestemd op de soort en het seizoen. Denk aan ochtend- en avondrondes, uitvliegtellingen, gerichte controles van gebouwen en het inzetten van batloggers om vleermuisactiviteit vast te leggen. Ook kijken we naar vliegroutes, foerageergebieden en andere onderdelen van het leefgebied. Daarnaast beoordelen we gebouwen en hun omgeving op geschiktheid, zodat niet alleen bekende verblijfplaatsen, maar ook kansrijke locaties goed in beeld komen. Zo ontstaat een zorgvuldig en compleet beeld van de aanwezige soorten, hun functies en hun leefomgeving.

Van veldwerk tot een SMP

De resultaten van het onderzoek vormen de basis voor het SMP. Daarmee wordt duidelijk waar belangrijke nestlocaties, verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden liggen en welke maatregelen nodig zijn bij verduurzaming, renovatie of nieuwbouw. Ook laat het SMP zien waar kansen liggen om de biodiversiteit juist te versterken, bijvoorbeeld met extra verblijfplaatsen, natuurinclusief bouwen en beter groenbeheer.

Op basis van het SMP kan een gemeente een gebiedsgerichte vergunning aanvragen. Daardoor hoeven bewoners en initiatiefnemers niet meer voor elk individueel project apart ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Zo ontstaat een praktische aanpak die ruimte geeft aan verduurzaming én tegelijk bijdraagt aan een sterkere en groenere leefomgeving voor beschermde soorten.

MijnSMP

MijnSMP, hét platform dat gemeenten en woningcorporaties helpt om Soortenmanagementplannen succesvol te implementeren en efficiënt, juridisch veilig en volledig digitaal te beheren.